Een zwoele zomeravond. Nadat ik een vergeten boodschap haalde in de binnenstad, liep ik richting mijn fiets. Enkele meters verder zie ik een groepje tegenover een brillengigant staan. Een man klimt richting het logo. Er blijkt een duif vast te zitten.

Het logo bleek namelijk aan de bovenkant te zijn voorzien van scherpe pinnen, vanzelfsprekend om diezelfde duiven ‘buiten de deur’ te houden. Een beetje volwassen duif weet (ongetwijfeld) dat-ie daar dan ook niet moet gaan zitten, maar in dit geval ging het om een vrij jonge duif; misschien net drie maanden oud.

De uit België afkomstige man blijkt zelf fysiotherapeut, dus kijkt hij of er eventueel iets met de vleugels aan de hand is. Op het eerste oog leek alles in orde, tot hij de jonge vogel de lucht in gooit – in de hoop dat deze gaat vliegen. Maar het tegenovergestelde gebeurde: de duif viel als een baksteen naar beneden. Angstig bleef hij zitten, pogingen ‘m op te pakken strandden. Heeft hij dan toch zijn vleugel gebroken?

Niemand weet meer echt wat er moet gebeuren. Ik besluit dan ook maar de dierenambulance te bellen. Maar ook zij kunnen ons niet verder helpen, want de duif mag alleen in een doos vervoerd worden. Een doos op korte termijn vinden, dat wordt een drama voorzag ik al. Ik overleg kort met de medewerker aan de andere kant van de lijn: kijk het een kwartier aan. Mocht-ie er dan nog zitten, probeer ik ‘m te vangen en zoek ik alsnog een doos en bel ik terug. De redder zelf overigens, was huiswaarts.

Eenmaal opgehangen kijk ik om: de vogel is gevlogen. Ik ben opgelucht. Waren er maar meer mensen zoals die fysiotherapeut.